Ik sta op uitbarsten. Een vulkaan net voor er gloeiend hete lava uitstroomt. Het borrelt. Omwonenden kunnen de trillingen al voelen. De seismografen werken op volle toeren. Is de wereld klaar voor de vruchtbare bodem die de lava zal vormen nadat grote delen verwoest en verbrand zijn?

Is het nodig oude gewoontes los te laten en nieuwe de ruimte te geven?

Ik sta op barsten. Mijn ideeën zijn te groots voor mijn lichaam en zoeken zich verwoed een weg naar buiten. Toch houd ik de sluizen nog even gesloten. Ben ik zelf bang voor de tsunami die hierop zal volgen. Op de woeste golven die zich rondom mij gaan vormen. Om de hete brij waar niemand meer omheen kan en wie niet weg is is verzwolgen.

Ik wil meer. Nieuw. Anders. Dieper. Meer.

Mijn lijf puilt uit. Teveel. Te lang. Te groot. Ik kan het niet meer houden en moet met de wereld mijn dromen delen. Ik voel me groots én kwetsbaar. Als een luchtballon die mijlenver kan vliegen maar bij 1 schot zal neerstorten. Nee, niet zo kwetsbaar. Ik zal niet neerstorten. Mijn vleugels zullen niet smelten maar groeien. Ik beleef. ik leef.

Wat groeit er vandaag uit mijn hoofd?

De wil om te zijn, te tonen, te barsten. Ik barst van energie om los te gaan. Ik wil zacht pijn doen, ik wil groots doen dromen. Ik wil anderen mogelijkheden doen zien. Door te kijken. Door echt te zien. Door echt te luisteren. Door te spiegelen. Want ik kijk gewoon. Alles is er al. Dat is het mooie. Ik mag je doen kijken. Je leren écht te zien. Want je bent er al. Helemaal. Supermooi en schitterend. Alleen ben je ondergesneeuwd, verstopt, ontkent, in onbruik geraakt. Maar je bent er al.

Wanneer heb jij jezelf nog gezien?

Subtiele groet,

Nele